Ecologie, Gedrag en Milieu

Vakbeschrijving Ecologie, Gedrag en Milieu
Collegejaar: 2015-2016
Studiegidsnummer: 40216EG14
Docent(en):
  • Prof.dr. P.G.L. Klinkhamer
  • Prof.dr. C.J. ten Cate
  • Dr. C.J.M. Musters
Voertaal: Nederlands
Blackboard: Ja
EC: 3
Niveau: 200
Periode: Semester 2
Onderwijstijd in uren
(excl. zelfstudie):
48:00 uur
  • Geen Keuzevak
  • Geen Contractonderwijs
  • Geen Exchange
  • Geen Study Abroad
  • Geen Avondonderwijs
  • Geen A-la-Carte en Aanschuifonderwijs
  • Geen Honours Class

Toegangseisen

n.v.t.

Contact

Ecologie: Prof.dr. P.G.L. Klinkhamer, p.g.l.klinkhamer@biology.leidenuniv.nl
Gedrag: Prof.dr.C.J.ten Cate, c.j.ten.cate@biology.leidenuniv.nl
Milieubiologie: Dr.C.Musters, musters@cml.leidenuniv.nl

Beschrijving

Ecologie bestudeert de interacties van organismen (ook van de mens) die bepalend zijn voor de veranderingen van hun aantallen, voor hun ruimtelijke verspreiding, voor de verandering van hun eigenschappen via natuurlijke selectie en evolutie en ook voor biodiversiteit. De interactieprocessen zijn onder meer eten en gegeten worden (ziekten, planteneters, rovers en aanpassingen daartegen zoals immuunsystemen), concurreren met soortgenoten en niet-soortgenoten (en specifieke aanpassingen ). Inzicht in deze processen vormt de basis voor duurzaam oogsten van populaties (visserij, jacht), maar ook voor biologische alternatieven voor chemische bestrijding van plagen en voor de onderbouwing van natuurbeheer. Aansluitend op de colleges spelen de deelnemers een game om inzicht te krijgen in de interactiemechanismen.

Gedrag is een van de meest kenmerkende en complexe eigenschappen van dieren en mensen. De Gedragsbiologie heeft als doel inzicht te verkrijgen in de processen die een rol spelen bij de ontwikkeling, de regulering en de organisatie van gedrag, en ook in de adaptieve betekenis en de evolutie van gedrag. Ze doet dat door vanuit een natuurwetenschappelijke benadering beschrijvend en experimenteel onderzoek te doen. Dit cursusonderdeel geeft een beknopt overzicht over de gedragsbiologie en voorbeelden van gedragsbiologisch onderzoek bij dier en mens.

Milieubiologie is biologie ten diensten van het voorkomen, verminderen of oplossen van milieu- en natuurproblemen. Ze is daarmee een op toepassing gerichte wetenschap die haar vraagstelling ontleent aan maatschappelijke problemen. De invloed van menselijke activiteiten op stoffencycli en energiestromen, en op het voorkomen van planten, dieren en gemeenschappen staat centraal. Maar ook het bestuderen van de betekenis die planten, dieren en gemeenschappen hebben voor mensen hoort tot het vakgebied.

Leerdoelen

Doelstellingen:

Ecologie: Het verschaffen van een overzicht over en inzicht in basisconcepten en ecologische/evolutionaire theorieën (kosten en baten en mechanismen van aanpassingen (optimalisatie); mechanismen intra- en interspecifieke concurrentie; mechanismen van populatiefluctuaties en draagvermogen milieu; de betekenis en werking van dichtheidsafhankelijkheid; eilandtheorie/biodiversiteit; evolutie van resistentie). De maatschappelijke context van de wetenschap ecologie.
Gedrag: Het begrijpen van en onderscheid kunnen maken tussen de vragen naar causatie, ontwikkeling, adaptieve betekenis en evolutie van gedrag. Een overzicht hebben van een aantal belangrijke concepten en theorieën uit de gedragsbiologie (interne en externe stimuli en hun interactie; onderscheid tussen onderzoek naar ontwikkeling van gedrag en de oorzaken van gedragsverschillen; typen leerprocessen; inclusive fitness; invloed van natuurlijke selectie en sexuele selectie op de evolutie van gedrag, altruisme, methoden om evolutie van gedrag te reconstrueren), en over hoe die experimenteel (kunnen) worden onderzocht.
Milieubiologie: In dit onderdeel Milieubiologie worden de eerste beginselen van de stoffencycli, energiestromen en ecotoxicologie behandeld, samen met de kennis die nodig is om de achteruitgang in soorten te stoppen en gemeenschappen te herstellen. Aan de hand van enkele voorbeelden wordt die achteruitgang geschetst en het beleid behandeld dat als een reactie daarop in gang is gezet.

Eindtermen:

Ecologie:

  1. In staat zijn met populatie- en concurrentiemodellen te werken.
  2. Onderscheid kunnen maken tussen proximate en ultimate mechanismen.
  3. In staat zijn hypotheses op te stellen over verwachte evolutionaire uitkomsten onder specifieke milieu-omstandigheden voor wat betreft a. de optimale combinatie zaadgrootte en zaadaantal; b. de optimale combinatie van de eigenschappen kiemrust en zaadverspreiding; c. de optimale life history.
  4. In staat zijn om op basis van de behandelde theorieën experimenten te ontwerpen om hypotheses te toetsen.

Gedrag: In staat zijn tot het onderscheid maken tussen de vier verschillende typen vragen die over gedrag kunnen worden gesteld. Beschrijving kunnen geven en het herkennen van diverse begrippen zoals: stimulusfiltering, sleutelprikkel, inprenting, ritualisatie, emancipatie, operant en klassiek conditioneren, inclusive fitness, sexuele selectie, altruisme, e.d.. Hebben van inzicht in de werking van een aantal processen die een rol spelen bij het tot stand komen van gedrag op alle niveaus (4 typen vragen).

Milieubiologie: Voor Milieubiologie moeten de student kort de cyclus van enkele voor de levende natuur belangrijke stoffen kunnen weergeven en de energieoverdracht tussen trofische niveaus kunnen berekenen. Verder wordt bekendheid met de basisbegrippen uit de milieubiologie en het natuurbeleid verwacht.

Rooster

Zie rooster BLOK 6

Onderwijsvorm

Colleges, zelfstudie, werkgroep

Toetsing

Multiple choice tentamen

Blackboard

Blackboard zal gebruikt worden voor cursusinformatie en collegesamenvattingen

Literatuur

Relevante hoofdstukken uit het boek (zoals aangegeven door de docenten), eventueel aangevuld met extra literatuur via Blackboard.

Aanmelden

Via Usis en enrollen in Blackboard

Talen