Oriëntatievak: Grondslagen van het Recht

Vakbeschrijving Oriëntatievak: Grondslagen van het Recht
Collegejaar: 2017-2018
Studiegidsnummer: 21013083
Docent(en):
  • Prof.dr. A. Ellian
  • Prof.dr. P.B. Cliteur
  • Mr.dr. G. Molier
  • Mr.dr. B. Rijpkema
  • Mr.dr. A.J. Kwak
  • en anderen
Voertaal: Nederlands
Blackboard: Ja
EC: 5
Niveau: 200
Periode: Semester 2
Onderwijstijd in uren
(excl. zelfstudie):
33:00 uur
  • Geen Keuzevak
  • Geen Contractonderwijs
  • Geen Exchange
  • Geen Study Abroad
  • Wel Avondonderwijs
  • Geen A-la-Carte en Aanschuifonderwijs
  • Geen Honours Class

Let op: alle onderstaande informatie is onder voorbehoud van wijzigingen

Toegangseisen

Dit vak is verplicht voor studenten Rechtsgeleerdheid met de afstudeerrichting Rechtsgeleerdheid, voor studenten Fiscaal Recht en voor studenten Notarieel Recht

Dit vak is geen keuzevak. Bijvakstudenten of gaststudenten mogen hier niet aan deelnemen.

Beschrijving

Het vak Grondslagen van het Recht bestaat uit twee componenten: een theoretisch deel en een schrijfvaardigheidsdeel. In het theoretische deel staat de behandeling van algemene theorieën over de grondslagen van het recht centraal. De algemene vraag is dan: wat is recht? In dat kader komen de grondslagen van de moderne staat en de contractsfilosofen aan de orde omdat in de loop van de moderne tijd de staat de belangrijkste wetgevende instantie is geworden. De moderne staat laat zich kenmerken als een democratische rechtsstaat en dus moeten de beginselen van de rule of law en van de democratie aan de orde komen. In dat kader wordt ook aandacht besteed aan het concept ‘weerbare democratie’, ofwel aan de vraag hoe een democratische rechtsstaat om dient te gaan met zijn vijanden. Daarnaast worden de meer specifieke beginselen die de grondslag vormen van verschillende rechtsgebieden behandeld. Voorbeelden van dergelijke belangrijke beginselen zijn het beginsel van de scheiding van kerk en staat, het legaliteitsbeginsel, menselijke waardigheid en redelijkheid en billijkheid. Tot slot wordt aandacht besteed aan de kwestie van de universaliteit van mensenrechten aan de hand van de discussie over het cultuurrelativisme. Hierbij wordt telkens onderzocht wat het belang is van deze beginselen en noties voor de praktijk van het recht. Het theoretische deel dat betrekking heeft op de grondslagen van het recht wordt afgesloten met een mc-tentamen.

In het schrijfvaardigheidsdeel staat het oefenen van schriftelijke vaardigheden centraal. Een goed jurist dient immers te beschikken over een uitstekende schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid. Het vak bouwt daarmee deels voor op het vak Inleiding Recht. Maar waar bij dit laatstgenoemde vak het lezen van wetsartikelen, het analyseren van jurisprudentie en het presenteren van de resultaten volgens een vaststaand model van casusoplossing centraal staat, ligt het accent bij schrijfvaardigheid niet op de oplossing van een juridische casuspositie, maar op het schrijven van een overzichtelijk en logisch opgebouwd betoog, voorzien van een duidelijke structuur, een goede argumentatie en geschreven in een heldere taal. Het trainen van een dergelijke vaardigheid vraagt om andere accenten en eisen dan de oefening van juridische casusoplossing. In termen van het LeidsPlan ligt het accent op de punten 3 (heldere structuur), 4 (goede argumentatie) en 5 (zorgvuldige bronverwijzing). De studenten wordt geleerd een stuk te schrijven met een heldere structuur dat een inleiding, middendeel en een conclusie bevat. Waarbij die inleiding een duidelijke probleemstelling dient te bevatten, het middendeel voorzien is van een deugdelijke argumentatie en de conclusie een antwoord geeft op de probleemstelling. Het uitgangspunt is hierbij dat de beheersing van een dergelijke taal- en schrijfvaardigheid verkregen kan worden door veelvuldige oefening, waarbij telkens achteraf door het geven van feedback wordt getoetst in hoeverre is voldaan aan de tevoren opgestelde eisen. Daarnaast wordt studenten een correct gebruik van bronnen geleerd, evenals het opstellen van een literatuur- en jurisprudentielijst conform de systematiek van de Leidraad voor Juridische Auteurs. De theoretische achtergrond van de schriftelijke vaardigheden wordt uiteengezet in een hoorcollege, het oefenen hiervan geschiedt in de werkgroepen. De studenten dienen driemaal een geschreven stuk in te leveren over een tevoren bepaald onderwerp waarvan de theoretische achtergrond en problematiek nader uiteen zijn gezet op het hoorcollege. Hierin dienen zij op gestructureerde wijze een correcte argumentatie op te stellen in heldere, goed geformuleerde zinnen.

Leerdoelen

Doel van het vak
Doel van het vak is inzicht bieden in de grondslagen van het recht en u te leren hoe u deze kennis kunt toepassen in een kritisch essay over een juridisch onderwerp. Naast kennis van en inzicht in de grondslagen van het recht, staat het ontwikkelen van (juridische) schrijfvaardigheden centraal.

Na afronding van het vak heeft u de volgende kwalificaties verworven:

  • U herkent de belangrijkste (contracts-) theorieën over de grondslagen van het recht en kunt uitleggen waarin ze onderling verschillen;
  • U kunt de fundamentele uitgangspunten van de democratische rechtsstaat herkennen, toelichten, weergeven, verdedigen en kritisch evalueren;
  • U kunt de argumenten pro en contra de universaliteit van waarden en beginselen benoemen, toelichten, interpreteren, vergelijken en beoordelen.

Na afronding van het vak dient u over de volgende (juridische) schrijfvaardigheden te beschikken:

  • U kunt een gestructureerd betoog schrijven met een inleiding, middendeel en een conclusie;
  • U kunt een doorzichtige, navolgbare en juridisch correcte argumentatie opstellen;
  • U bent in staat de voor de beantwoording van uw probleemstelling relevante van niet-relevante argumenten te onderscheiden;
  • U kunt een argument pro of contra een bepaald standpunt op heldere en bondige wijze schriftelijk uiteen zetten;
  • U kunt op de juiste wijze citeren uit relevante bronnen;
  • U kunt een literatuur- en jurisprudentielijst opstellen;
  • U bent in staat begrijpelijke volzinnen zonder taal- of spelfouten te produceren.

Rooster

Zie de opleidingspagina van de website.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

  • Aantal à 2 uur: 7
  • Namen docenten: Prof.dr. Afshin Ellian en prof.dr. Paul Cliteur
  • Vereiste voorbereiding door studenten: bestudering van de voor de betreffende week voorgeschreven stof.

Werkgroepen

  • Aantal à 2 uur: 7
  • Namen docenten: mr.dr. Gelijn Molier, mr.dr. Arie-Jan Kwak e.a.
  • Vereiste voorbereiding door studenten: opdrachten en vragen maken ter voorbereiding van de werkgroep, alsmede het maken van een grote schrijfopdracht.

Toetsing

  • Deeltoets/Eindtoets (m.c. tentamen): 2,5 uur
  • Deeltoets (schrijfopdracht tijdens de cursus)
  • Nabespreking: 2 uur

Toetsing

Toetsvorm(en)
Drie schrijfopdrachten en een schriftelijk tentamen bestaande uit 30 meerkeuzevragen. Bij de berekening van het cijfer telt het schriftelijk tentamen mee voor 50% en de schrijfopdrachten eveneens voor 50%.

Let op:
Het schriftelijk tentamen kan worden herkanst, mits u hiervoor ten minste het cijfer 4 heeft behaald.
Wanneer u een onvoldoende heeft behaald voor uw schrijfopdrachten of deze niet heeft ingeleverd, krijgt u de mogelijkheid om uw schrijfopdrachten te herkansen door middel van een herkansingsopdracht, dan wel door een vervangende schrijfopdracht te maken. Het is dus niet vereist dat u minimaal een 4 moeten hebben gehaald.
Voor zowel het schriftelijk tentamen als de schrijfopdrachten moet een voldoende worden behaald. Compensatie tussen het cijfer voor het schriftelijk tentamen en het cijfer voor de schrijfopdrachten is niet mogelijk. De behaalde deelcijfers blijven geldig volgens de regelingen zoals die zijn opgenomen in de OER. Er bestaat voor dit vak geen overgangsregeling; dat betekent derhalve dat in voorgaande jaren behaalde voldoendes op, hetzij het mc-tentamen, hetzij de schrijfopdracht niet langer geldig zijn.

Examenstof
Tot de examenstof behoort de verplichte literatuur, het werkboek en hetgeen behandeld is tijdens de hoorcolleges en de werkgroepen en tijdens eventuele andere onderwijsvormen.

Blackboard

Bij dit vak wordt gebruik gemaakt van Blackboard.

Literatuur

Verplicht studiemateriaal

Literatuur:

  • P. Cliteur & A. Ellian, Legaliteit en legitimiteit. De grondslagen van het recht, Leiden: Leiden University Press 2016.
  • The Fall and Rise of Blasphemy Law, P.B. Cliteur en T. Herrenberg, 2016.

De overige literatuur voor zowel de hoorcolleges als de werkgroepen staat op blackboard.

Aanmelden

De aanmelding verloopt via uSis. Voltijd eerstejaars studenten die zijn ingedeeld in een tutorgroep door het Onderwijs Informatie Centrum (OIC), worden door het OIC aangemeld.

Contact

  • Vakcoördinator: dhr. Mr.dr. G. Molier
  • Werkadres: Steenschuur 25, kamer A3.32
  • Bereikbaarheid: dinsdag 16.30 - 17.30 uur
  • Telefoon: 071 527 8950
  • E-mail: g.molier@law.leidenuniv.nl

Instituut/afdeling

  • Instituut: Metajuridica
  • Afdeling: Encyclopedie
  • Kamernummer secretariaat: A3.19
  • Openingstijden: maandag tot en met donderdag van 09.00-16.30 uur en vrijdag van 09.00-14.00 uur
  • Telefoon secretariaat: 071 527 7548
  • E-mail: encyclopedie@law.leidenuniv.nl

Talen