ILS - Grondwet in perspectief

Vakbeschrijving ILS - Grondwet in perspectief
Collegejaar: 2018-2019
Studiegidsnummer: 23010008
Docent(en):
  • Prof.dr. P.B. Cliteur
  • Prof.dr. A. Ellian
  • Prof.dr. A.A.M. Kinneging
  • Mr.dr. G. Molier
  • Mr. M. Neuteboom
Voertaal: Nederlands
Blackboard: Ja
EC: 5
Niveau: 500
Periode: Semester 1
  • Geen Keuzevak
  • Geen Contractonderwijs
  • Geen Exchange
  • Geen Study Abroad
  • Geen Avondonderwijs
  • Geen A-la-Carte en Aanschuifonderwijs
  • Geen Honours Class

Toegangseisen

Bachelor rechtsgeleerdheid (zie OER)

Beschrijving

In het vak Grondwet in perspectief wordt de Nederlandse Grondwet in rechtsfilosofisch perspectief geplaatst. Het vak vormt daarmee een eerste introductie in de rechtsfilosofie – van reflectie op het positieve recht – op masterniveau. Daarbij wordt uitdrukkelijk het recht de iure constituendo bestudeerd, hoe het zou moeten zijn. Het gaat om het ontwikkelen van onderbouwde normatieve stellingnamen over het positieve recht, in dit geval de Grondwet. Daarbij is er nadrukkelijk aandacht voor de interactie tussen verschillende rechtsgebieden: hoe werken grondwettelijke normen door in bijvoorbeeld het privaat- en het strafrecht (denk aan de verhouding tussen art. 8 Gw en het privaatrechtelijke verenigingsverbod in art. 2:20 BW)? Ook wordt de internationaalrechtelijke dimensie nadrukkelijk in de discussie betrokken. De Grondwet kan niet meer in isolement bestudeerd worden: hoe worden bijvoorbeeld grondwettelijke normen nader ingekleurd door verdragsrecht, met name door het EVRM en het IVBPR?

Steeds is een concreet artikel uit de Grondwet het startpunt voor een rechtsfilosofische discussie, waarbij ook de interactie tussen de grondwettelijke norm en het relevante rechtsgebied wordt bekeken. De verenigingsvrijheid (art. 8 Gw) leidt tot een fundamentele discussie over de grenzen van politieke meningsvorming in een democratische rechtsstaat, maar ook over de privaatrechtelijke regeling van verenigingsvrijheid (Grondwet en privaatrecht). Het artikel dat de vrijheid van godsdienst beschermt (art. 6 Gw) roept de vraag wat ‘godsdienst’ precies is – en zou moeten zijn –, maar ook in hoeverre het artikel van toepassing is op nieuwe vormen van religie (Grondwet en staatsrecht).

Het onderwijs is bovendien gekoppeld aan het (actuele) onderzoek van de verschillende docenten van de secties Encyclopedie en Rechtsfilosofie: de docenten vertellen over ‘hun’ Grondwetsartikel, waar ze vanuit hun eigen rechtsfilosofische onderzoek kanttekeningen bij plaatsen.

In een academische omgeving gaan onderzoek en onderwijs samen. In het vak wordt daarom tevens aandacht besteed aan de ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden op masterniveau. Deelnemers aan het vak worden begeleid in het opstellen van een goed afgebakende onderzoeksvraag en het opzetten van een uitvoerbaar onderzoeksplan.

Leerdoelen

Doel van het vak:
Het vak beoogt studenten een introductie te geven in de rechtsfilosofie op masterniveau, met bijzondere aandacht voor de interactie tussen verschillende rechtsgebieden en –systemen bekeken vanuit de Nederlandse Grondwet. Daarnaast beoogt het vak studenten vertrouwd te maken met het verrichten van wetenschappelijk juridisch onderzoek. Studenten verkrijgen de vaardigheid een goed afgebakende onderzoeksvraag op te stellen en een uitvoerbaar onderzoeksplan op te zetten. In het vervolg van de masteropleiding wordt op deze vaardigheden voortgebouwd.

Na afronding van het vak hebben studenten de volgende kwalificaties verworven:

  • De student heeft kennis van de rechtsfilosofische achtergronden van een aantal cruciale onderdelen van de Nederlandse Grondwet.
  • De student heeft kennis van de interactie tussen verschillende rechtsgebieden en internationaalrechtelijke normen.
  • De student kan de Grondwet in een breder, internationaalrechtelijk perspectief plaatsen.
  • De student kan een goed onderbouwd standpunt innemen in discussies (over herziening van) de huidige Grondwet.
  • De student is geoefend in de rechtsfilosofische methode: in de normatieve reflectie op het geldende recht.
  • De student kan een goed afgebakende onderzoeksvraag opstellen en een onderzoeksplan opzetten om deze vraag te beantwoorden.
  • De student kan op constructieve wijze feedback geven op de onderzoeksopzet en papers van medestudenten.
  • De student is in staat een coherent betoog te schrijven waarin hij/zij een standpunt verdedigt over een concreet Grondwetsartikel.
  • De student kan zelfstandig reflecteren op zijn/haar leerproces door feedback van docenten op opdrachten.

Rooster

Zie de opleidingspagina van de website.

Onderwijsvorm

Hoorcolleges

  • Aantal à 2 uur: 5
  • Namen docenten: Prof. mr. Paul Cliteur; Prof. dr. Afshin Ellian; Prof. dr. Andreas Kinneging; Mr. Maarten Neuteboom; Mr. dr. Gelijn Molier
  • Vereiste voorbereiding door studenten: het bestuderen van het voor het hoorcollege voorgeschreven materiaal.

Het eerste hoorcollege is een overzichtscollege; in de daaropvolgende hoorcolleges staat steeds een specifiek Grondwetsartikel centraal en worden de daarbij relevante rechtsgebieden, internationale normen en rechtsfilosofische vraagstukken besproken.

Werkgroepen

  • Aantal à 2 uur: 3
  • Namen docenten: Mr. Hakan Külcü, Mr. Maarten Neuteboom, Mr. Gerard Versluis
  • Vereiste voorbereiding door studenten: De werkgroepen staan in het teken van de schrijfopdrachten. In de eerste werkgroep wordt een algemene introductie gegeven op de schrijfopdracht en wordt ingegaan op wat een goede onderzoeksvraag is. In de tweede werkgroep krijgen studenten feedback van de docent op hun onderzoeksvraag en het onderzoeksplan. In de derde werkgroep, de laatste voor het inleveren van het paper, presenteren de studenten hun voorlopige bevindingen aan hun medestudenten en de docent.

Toetsing

Toetsvorm(en)

  • Praktische oefening: het maken van drie tussentijdse opdrachten en het volgen van het daaraan verbonden feedbacktraject is verplicht voor deelname aan de schriftelijke opdracht.
  • Schriftelijke opdracht: 50% van het eindcijfer (2000-2500 woorden, inclusief voetnoten)
  • Schriftelijk tentamen: 50% van het eindcijfer

Het eindcijfer bestaat uit de gemiddelde score op de schriftelijke opdracht en het schriftelijke tentamen. Het vak is behaald als het eindcijfer voldoende is. Het vak kan worden herkanst als het eindcijfer onvoldoende is. De herkansing bestaat uit een hertentamen en bepaalt voor 100% het eindcijfer. Indien het vak na afloop van het collegejaar niet met een voldoende is afgerond, verliezen resultaten voor de deeltoetsvormen (schriftelijke opdracht en/of schriftelijk tentamen) hun geldigheid en dient het vak in een nieuw studiejaar opnieuw te worden gevolgd.

Inleverprocedures
Hardcopy in het postvak van de coördinator, digitaal via de Blackboard-omgeving van het vak.

Examenstof
Tot de examenstof behoort de verplichte literatuur, het werkboek en hetgeen behandeld is tijdens hoorcollege, werkgroep en tijdens eventuele andere onderwijsvormen.

Blackboard

Bij dit vak wordt gebruik gemaakt van Blackboard.

Literatuur

Verplicht studiemateriaal
De voorgeschreven studiestof wordt door middel van een literatuur- en jurisprudentielijst bekend gemaakt via Blackboard. Studenten worden geacht de voorgeschreven stof zelf via de bibliotheek of via digitale bronnen te verzamelen.

Aanmelden

De aanmelding verloopt via uSis

Contact

  • Vakcoördinator: Mr. Maarten Neuteboom
  • Werkadres: KOG A3.13
  • Bereikbaarheid: Afspraak per e-mail
  • Telefoon: 31 71 527 7161
  • E-mail: m.neuteboom@law.leidenuniv.nl

Instituut/afdeling

  • Instituut: Metajuridica
  • Afdeling: Encyclopedie en Rechtsfilosofie
  • Kamernummer secretariaat: A3.19
  • Openingstijden: Maandag t/m vrijdag 9.00 – 16:30 uur
  • Telefoon secretariaat: 071 – 527 7548
  • E-mail: encyclopedie@law.leidenuniv.nl

Opmerkingen

Talen