Zuid- en Zuidoost-Aziëstudies, 2012-2013

This information is available in Dutch only.

Eerste jaar

Tweede jaar

Derde jaar

In het derde jaar is 30 ec gereserveerd voor keuzevakken

More info

Eindtermen
Programmabeschrijving
Aansluitende masteropleidingen / pre-mastertrajecten
Regelgeving
Studiebegeleiding

1. Eindtermen

Voor een overzicht van eindtermen van het BA-programma van Zuid- en Zuidoost-Aziëstudies zie: Onderwijs- en examenregelingen

2. Programmabeschrijving

De driejarige bacheloropleiding Zuid- en Zuidoost-Aziëstudies geeft een grondige kennis van een fascinerend en dynamisch werelddeel. De nadruk ligt op India, Tibet en Indonesië, maar ook andere landen van Zuid- en Zuidoost-Azië komen aan bod. De benadering van deze regiostudie is multidisciplinair en biedt studenten de mogelijkheid om zich te verdiepen in onder andere de talen, godsdiensten, geschiedenis, kunst, cultuur en huidige politiek van de regio. Studenten kunnen zich specialiseren in specifieke landen van Zuid- en Zuidoost-Azië en in de volgende talen: Indonesisch, Hindi, Tibetaans, en Sanskrit. De taalstudie leidt tot verdieping van de kennis van de diverse culturen van Zuid- en Zuidoost-Azië.

Inrichting van het programma

Het eerste jaar: propedeuse
In het eerste jaar voorziet het programma in een basis in allerlei aspecten van de regio zoals de geschiedenis, de cultuur en de moderne samenleving in Zuid- en Zuidoost-Azië. Studenten kiezen ook zelf een aantal vakken: ze kiezen voor één van de vier talen en voor één van de drie belangrijkste godsdiensten in de regio. Bij het vak “Seminar 1: Klassieke culturen van ZZOA” wordt bovendien speciaal aandacht besteed aan de academische vaardigheden die men nodig heeft om je BA succesvol af te ronden. Verder wordt één vak samen met andere studenten van de Faculteit Geesteswetenschappen gevolgd: “Area Studies”.

Het tweede jaar
Vanaf het tweede jaar worden er twee aandachtsgebieden aangeboden: “Modern South and Modern Southeast Asia” of “Classical Cultures of South and Southeast Asia”. Studenten volgen dan gedurende twee semesters colleges die aangeboden worden binnen het betreffende aandachtsgebied. Daarnaast volgen ze in het tweede jaar in beide semesters nog een keuzevak ZZOA. Hierbij kan gekozen worden voor een vak uit het “eigen” aandachtsgebied, maar ook voor een vak uit het andere aandachtsgebied. Studenten gaan verder met de taal die ze in het eerste jaar gekozen hebben. “Seminar 2: Futures of SSEA” borduurt verder op “Seminar 1” uit het eerste jaar. Verder volgen alle studenten verplicht ook dit jaar weer een vak samen met andere studenten van de Faculteit Geesteswetenschappen: “Wetenschapsfilosofie”.

Het derde jaar
Studenten die begonnen zijn in september 2010 verdiepen hun kennis van de taal die ze eerder gekozen hebben verder in hun derde jaar of kiezen voor een ander vak uit het ZZOA aanbod. Bovendien kiezen ze in het eerste semester voor 10 EC vakken uit één van de twee aandachtsgebieden: “Modern South and Modern Southeast Asia” of “Classical Cultures of South and Southeast Asia”. In het tweede semester volgen ze nog één vak gezamenlijk met de andere studenten van ZZOA en schrijven ze hun BA-eindwerkstuk.

Keuzeruimte
In het derde jaar vullen de studenten verder 30 EC in als vrije keuzeruimte. Deze keuzeruimte kan ingevuld worden met colleges uit een geheel ander vakgebied (“verbreding”). Ook kunnen studenten er voor kiezen deze keuzeruimte in te vullen met vakken uit het ZZOAS-programma (“verdieping”). Het is ook mogelijk om een deel van de keuzeruimte te besteden aan een stage. Meer informatie over de invulling van de keuzeruimte kun je vinden op de betreffende website.

3. Aansluitende masteropleidingen / pre-mastertrajecten

Het bachelordiploma Zuid- en Zuidoost-Aziëstudies (ZZOAS) geeft toegang tot de masters Asian Studies (60 EC).

4. Regelgeving

BSA
Sinds 1997 geldt aan de Universiteit Leiden voor studenten die voor het eerst als hoofdvakstudent ingeschreven staan, het Leids studiesysteem met Bindend Studieadvies (BSA). Dit systeem stelt eisen aan de studieprestaties van de eerstejaarsstudent en biedt tegelijkertijd een betere begeleiding via het mentoraat en studievoortgangsgesprekken met de studiecoördinator. Het doel van dit systeem is om er zo snel mogelijk achter te komen of de student geschikt is voor de nieuw gekozen studie en of de studie bij de student past.

Om een positief advies te krijgen moet een student in het eerste jaar minimaal 40 EC van zijn propedeuseprogramma behalen en binnen twee jaar het volledige propedeuseprogramma hebben afgerond.

In het eerste jaar wordt drie keer een schriftelijk advies uitgebracht door de examencommissie. In januari geeft de examencommissie haar eerste voortgangsadvies, gebaseerd op de resultaten van het eerste semester. Studenten die zich vóór 1 februari van het lopende studiejaar uitschrijven, komen dat jaar niet langer in aanmerking voor een (bindend) studieadvies. In juni volgt het tweede voortgangsadvies, gebaseerd op de op dat moment beschikbare studieresultaten. Het derde advies wordt eind augustus uitgebracht. Studenten die minder dan 40 EC hebben behaald krijgen een bindend negatief advies. Dat betekent dat de student in kwestie de opleiding Zuid- en Zuidoost-Aziëstudies in Leiden niet mag voortzetten. Voor deze afwijzing geldt een verjaringstermijn van vier jaar.

Vanzelfsprekend wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden, zoals ziekte of ernstige familieomstandigheden. In dit verband is het van belang dat studenten persoonlijke problemen die van invloed zijn op de studievoortgang tijdig melden bij de studiecoördinator.

De opleiding houdt van iedere student een dossier bij met informatie die relevant is voor het BSA. De student heeft het recht dit dossier (bij de studiecoördinator) in te zien en zelf informatie aan het dossier toe te voegen.

5. Studiebegeleiding

In het eerste jaar worden de studenten intensief begeleid door een docent- en een studentmentor. De studiecoördinator coördineert de begeleiding en voert waar nodig formelere en individuele gesprekken met de studenten. Vanaf het tweede semester bespreken studiecoördinator en studentmentor per semester met iedere student afzonderlijk de inrichting van het onderwijsprogramma voor het volgende semester.

Languages