Griekse en Latijnse taal en cultuur, 2016-2017

Tijdens de studie Griekse en Latijnse taal en cultuur (GLTC) volgen studenten onderwijs in de Griekse en Latijnse taal- en letterkunde, maar ook in oude geschiedenis, klassieke archeologie, antieke wijsbegeerte en de werking van de antieke culturen in latere eeuwen. Leidse studenten GLTC krijgen zo een complex en genuanceerd beeld van de Grieks-Romeinse oudheid op basis van een geïntegreerde cultuurhistorische en literaire bestudering van representatieve primaire tekstuele en materiële bronnen. Ook leren zij om op geïnspireerde, deskundige en kritische wijze hun kennis van de klassieke oudheid te relateren aan literaire en culturele verschijnselen uit latere perioden en de huidige maatschappij.

De bacheloropleiding GLTC is een brede driejarige opleiding. De eerste twee jaar van de opleiding bestaat uit een basisprogramma dat voor alle studenten gelijk is. In het derde jaar kiest de student uit de vijf vakgebieden twee specialisatievakken, waarin hij/zij werkcolleges volgt. Tenminste één van de specialisatievakken dient Grieks of Latijn te zijn. In het derde jaar kiest de student een universitaire minor of individueel keuzepakket. De studie wordt afgesloten met een bacheloreindwerkstuk. Beide talen moeten in het derdejaarsprogramma vertegenwoordigd zijn (in de vorm van het BA3 pensum, een werkcollege en het bacheloreindwerkstuk).

Eerste jaar

Tweede jaar

Derde jaar

Keuzevakken

Meer info

Eindtermen van de opleiding
Aanvullende eisen BSA
Het programma
Eerste jaar: propedeuse
Tweede en derde jaar
Keuzeruimte
BA-eindwerkstuk
Toegangseisen
Afstudeereisen
Voltijdstudie
Contact
Aansluitende masteropleidingen / pre-mastertrajecten

2016-2017

Eindtermen van de opleiding

De bacheloropleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur biedt de student een academische vorming in termen van kennis, inzicht en vaardigheden op het gebied van de Griekse en Latijnse taal en cultuur. Het bachelordiploma biedt toegang tot aansluitende masteropleidingen en aan het eind van de opleiding is de student in staat tot het uitoefenen van functies waarvoor academische kennis en vaardigheden op bachelorniveau vereist dan wel wenselijk zijn.

Een student GLTC:

  • is in staat om Griekse en Latijnse teksten van eenvoudige tot middelmatige moeilijkheidsgraad zelfstandig te lezen met behulp van de gangbare hulpmiddelen;
  • kan een van tevoren ongelezen stuk Grieks (Attisch) of Latijn van eenvoudige moeilijkheidsgraad vertalen;
  • is op de hoogte van de regels voor wetenschappelijke omgang met primaire bronnen van tekstuele en materiële aard;
  • beschikt over een elementair cultuurkritisch, literair-kritisch en taalkundig begrippenapparaat dat hem/haar in staat stelt kritisch kennis te nemen van de secundaire literatuur;
  • kan, uitgaande van een concrete onderzoeksvraag, bestaande onderzoeksresultaten uit de verschillende disciplines analyseren en hergroeperen, waarbij gebruik gemaakt wordt van verworven elementaire inzichten in de verschillende methodes;
  • kan zelfstandig een niet-complexe onderzoeksvraag formuleren;
  • beschikt over lees-, spreek- en schrijfvaardigheid (in het Nederlands) op academisch niveau.

Aanvullende eisen BSA

De opleiding hanteert aanvullende eisen ten aanzien van te behalen onderdelen voor het derde
Bindend Studie Advies, namelijk tenminste 15 ec Grieks en tenminste 15 ec Latijn.

Het programma

De bacheloropleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur (GLTC) is een brede, interdisciplinaire driejarige opleiding, gericht op vakinhoudelijke kennis en inzichten en training in algemene academische vaardigheden. Voor een goed begrip van de oudheid zetten we veel disciplines tegelijk in. Een flink aantal studieonderdelen is in eerste instantie gericht op taalbeheersing en leesvaardigheid, maar daarbij en daarnaast wordt ruim aandacht besteed aan letterkunde (Grieks en Latijn), taalkunde (Grieks en Latijn), oude geschiedenis, antieke wijsbegeerte en materiële cultuur van de oudheid. De studenten brengen de teksten die zij lezen en analyseren in verband met wat men weet van deze disciplines. De vaardigheden en kennis die hiervoor nodig zijn, worden uiteraard geleidelijk opgebouwd: het is dus niet zo dat studenten eerst Latijn en Grieks leren en later ‘de rest’. Op elk niveau leert de student te werken met een compleet en breed instrumentarium.

Eerste jaar: propedeuse

Het eerste jaar van het bachelorprogramma (60 ec) bestaat uit een basisopleiding die voor alle studenten gelijk is. Er gaat veel aandacht uit naar taalverwerving Grieks en Latijn (ook in lectuurblokken: Plato, drama, retorica en lyriek/elegie, maar studenten volgen ook vakken Oude Geschiedenis en Antieke Wijsbegeerte. In het kader van het facultaire kerncurriculum maakt het vak Kerncurriculum: Inleiding Literatuurwetenschap deel uit van het eerste jaar.

Het programma van het eerste jaar biedt – samen met het studiesysteem met Bindend Studie Advies – de gelegenheid om te bezien of de student aan de goede studie begonnen is; aan het eind van het eerste jaar heeft de student een goed beeld van de zwaarte en het interdisciplinaire karakter van de studie. Het eerste jaar wordt met het propedeutisch examen afgesloten: studenten die het programma van de propedeuse met voldoende resultaat hebben doorlopen krijgen het propedeusediploma uitgereikt.

Tweede en derde jaar

Het tweede jaar (60 ec) bestaat tevens uit vaste studieonderdelen. Dit jaar richt zich op het verbeteren van de leesvaardigheid in primaire teksten: Grieks poëzie: Homerus, Grieks proza: Herodotus, Griekse literatuurgeschiedenis en pensum (leeslijst), Latijn: epiek, Latijn: drama, Latijnse literatuurgeschiedenis en pensum (leeslijst) en Latijn in de Renaissance. Grieks: taalkunde en de colleges Antieke bronnen en materiële cultuur van de Grieks-Romeinse wereld en Antieke Wijsbegeerte maken ook deel uit van het programma. De cursus Oude Geschiedenis Methodenblok bestaat uit het hoorcollege Geloof aan de Goden: Thema’s uit de godsdienstgeschiedenis van de antieke wereld en het daadwerkelijke Methodenblok.

In het tweede of derde jaar volgen studenten het facultaire vak Kerncurriculum: Wetenschapsfilosofie. Het vak wordt afwisselend (om het jaar) met de Geïntegreerde Activiteit aangeboden. Dit vak brengt alle disciplines (talen, geschiedenis, archeologie) samen aan de hand van een centraal thema.

In het derde jaar (60 ec) kiezen studenten twee specialisatievakken uit de vier hoofdvakken (Grieks, Latijn, Oude Geschiedenis, Antieke Wijsbegeerte), waarin ze werkcolleges volgen. Tenminste één van deze vakken dient Grieks of Latijn te zijn. Om de leesvaardigheid van studenten te verbeteren, lezen studenten in het derde jaar zelfstandig een pensum Griekse of Latijnse teksten.
Beide talen moeten in het derdejaarsprogramma vertegenwoordigd zijn (in de vorm van het BA3 pensum, een bachelorwerkcollege of het BA-eindwerkstuk). In het derde jaar zit verder een keuzeruimte van 30 ec, die met studieonderdelen binnen of buiten de opleiding ingevuld kan worden.

Keuzeruimte

Studenten mogen zelf invulling geven aan de keuzeruimte van 30 ec in het derde jaar. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel studenten volgen een minor, ofwel studenten stellen een individueel keuzepakket samen.

Een minor is een samenhangend pakket van vakken met een omvang van 30 ec. Universiteit Leiden biedt bijna 50 minoren aan, waarvan de meeste toegankelijk zijn voor alle studenten (enkele minoren hebben een ingangseis). Studenten die voor een minor kiezen, hoeven hiervoor geen toestemming bij de examencommissie te vragen.

Voor studenten die zich alvast op een baan in het onderwijs willen oriënteren, is er de Educatieve minor. Wie de Educatieve minor en de bacheloropleiding heeft afgerond, kan met een beperkte bevoegdheid alvast in de onderbouw aan de slag. Bovendien kunnen studenten die tijdens hun bachelor de Educatieve minor gedaan hebben een aantal vrijstellingen binnen de lerarenopleiding krijgen. Meer informatie over minoren.

Studenten die geen minor willen/kunnen volgen, mogen een individueel keuzepakket samenstellen. Voor de volgende situaties is dit aan te raden:

  • wanneer studenten zich meer willen verdiepen in de oudheid en de klassieken;
  • wanneer studenten een semester aan een buitenlandse universiteit willen studeren;
  • wanneer studenten een stage willen lopen (met evt. hierop aansluitende keuzevakken).

Studenten GLTC die zich meer willen verdiepen in de vakgebieden, kunnen op deze manier extra werkcolleges volgen of een extra pensum lezen, maar zich ook verdiepen in onder andere Papyrologie, Paleografie en Mythologie. Overzicht van keuzevakken voor studenten GLTC.

Een individuele invulling van de keuzeruimte behoeft de goedkeuring van de Examencommissie (en evt. ook van het Stagecoördinaat Geesteswetenschappen). Bij de beoordeling baseert de Examencommissie zich op de samenhang (centraal thema) en het niveau van de gekozen vakken. Wanneer studenten een individueel pakket willen samenstellen is het raadzaam in een vroegtijdig stadium contact op te nemen met de studiecoördinator.

Studenten die in aanmerking willen komen voor een master die niet direct aansluit op GLTC (bijvoorbeeld een master geschiedenis, wijsbegeerte of archeologie) doen er verstandig aan hier bij de invulling van hun keuzeruimte rekening mee te houden. Meer informatie over de keuzeruimte.

BA-eindwerkstuk

Alle studenten dienen ter afronding van hun bacheloropleiding GLTC een eindwerkstuk te schrijven. Dit eindwerkstuk heeft een studielast van 10 ec (maximaal 8.500 woorden inclusief noten, bibliografie en bijlagen).

Het eindwerkstuk is in principe gewijd aan belangrijke teksten of thema’s, zoals die in het bacheloronderwijs, bijvoorbeeld bij een werkcollege in het derde jaar, centraal hebben gestaan. De opleiding raadt studenten aan om bij een werkcollege of blokcollege aan te sluiten, en zeer ambitieuze onderwerpen zo veel mogelijk te bewaren voor de masteropleiding. Studenten mogen een onderwerp kiezen dat gerelateerd is aan de volgende vakgebieden:

  • Grieks
  • Latijn
  • Oude Geschiedenis (altijd in combinatie met Grieks en/of Latijn)
  • Antieke Wijsbegeerte (altijd in combinatie met Grieks en/of Latijn)

In het eindwerkstuk dient de student een redelijke hoeveelheid primaire schriftelijke bronnen zodanig te bespreken/integreren, dat daaruit zijn/haar competentie in het omgaan met die bronnen blijkt. Dit geldt ook als het werkstuk over een cultuurhistorisch onderwerp gaat. In dit geval zal een docent van de sectie Grieks of Latijn als tweede lezer optreden.

Studenten zijn verplicht om deel te nemen aan het scriptieseminar. Meer informatie over het BA-eindwerkstuk GLTC.

Toegangseisen

Studenten die toegelaten willen worden tot het bachelorprogramma Griekse en Latijnse taal en cultuur moeten hun eindexamen behaald hebben met voldoende resultaat voor Grieks of Latijn. Wie in geen van beide talen eindexamen heeft gedaan moet vóór aanvang van de studie voor de Examencommissie van GLTC aannemelijk hebben gemaakt tenminste één van de talen op eindexamenniveau te beheersen (eventueel moeten kandidaten een colloquium doctum afleggen). Het is in dit geval zeer raadzaam voor nader advies in een zo vroeg mogelijk stadium contact op te nemen met de studiecoördinator.

Afstudeereisen

Het bachelorexamen is geformaliseerd, dat wil zeggen dat studenten aan de eisen voor het examen hebben voldaan, zodra zij het bachelorprogramma (180 ec) met voldoende resultaat hebben doorlopen. Het diplomasupplement bevat nadere informatie over de gevolgde vakken en de behaalde resultaten.

Voltijdstudie

De opleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur is een voltijdstudie en kent geen deeltijdvariant. Wel is het mogelijk om vakken te volgen als keuzevakstudent (zie keuzevakken GLTC), als Contractstudent of als À la carte student. Neem voor meer informatie contact op met de studiecoördinator.

Contact

Meer informatie is te vinden op de opleidingswebsite. Geïnteresseerden en studenten kunnen voor vragen altijd contact opnemen met de studiecoördinator.

Aansluitende masteropleidingen / pre-mastertrajecten

Het bachelordiploma geeft toegang tot de meer gespecialiseerde masterfase. Er zijn twee Leidse masters die direct aansluiten op de bacheloropleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur:

Studenten kunnen ook kiezen voor een andere masteropleiding, die niet direct aansluit op de bachelor Griekse en Latijnse taal en cultuur. Wanneer studenten dit overwegen, is het aan te raden om bij het samenstellen van de keuzeruimte in het derde jaar, rekening te houden met de toelatingseisen van een van de volgende masters:

  • de pre-master Archeology geeft toegang tot de master Classical and Mediterranean Archeology. Het volgen van de Minor ‘Constructing the Human Past is aan te bevelen. Studenten kunnen deze minor in de keuzeruimte van het derde jaar volgen;
  • de master History (specialisatie Ancient History): handboekkennis (BA1 Overzicht Griekenland, Rome) en werkcollege Oude Geschiedenis vereist (evt. eindwerkstuk over Oude Geschiedenis);
  • de pre-master Philosophy
    geeft toegang to de master Philosophy of Humanities (tweejarige opleiding); studenten kunnen een aantal onderdelen van deze pre-master in hun keuzeruimte in het derde jaar volgen.

Meer informatie over masteropleidingen.

Talen