Oude Nabije Oosten Studies: Assyriologie, 2018-2019

Eerste jaar

Mocht je vragen hebben, dan kun je contact opnemen met de studieadviseur, Mw. L.E. van Swieten, tel: 071-5272584, e-mail. Zie ook de website

Tijdens het eerste jaar zijn de volgende activiteiten gepland:

  • Informatiebijeenkomst opleiding en openinsgcollege van 1 uur
  • Excursie Nino en papyrologisch instituut van 2 uur
  • Excursie RMO van 2 x 1 uur
  • Informatiebijeenkomst USIS, blackboard, website, e-gids van 1 uur
  • Informatiebijeenkomst specialisatiekeuze ONOS en BSA van 1 uur
  • Informatiebijeenkomst tweede jaar en studieplan van 1 uur
  • Loopbaanorientatie bijeenkomst 2 uur

Voor hoofdvakkers Oude Nabije Oosten-studies geldt aanvullend op het Bindend Studieadvies van 45 EC een aanvullende eis, namelijk het met goed gevolg afronden van de volgende onderwijseenheden in academisch jaar 2018-2019:

10 EC taal uit het eerste semester, maak een keuze uit:

5 EC aanvullende eis in het tweede semester:

Tweede jaar

Derde jaar

In het derde jaar is 30 ec gereserveerd voor keuzevakken: 15 ec in het eerste semester en 15 ec in het tweede semester.

Meer info

Kijk voor algemene informatie over de opleiding hier

Doel van de opleiding

Afgestudeerden van de opleiding hebben de onderstaande eindkwalificaties bereikt, gerangschikt volgens de Dublin-descriptoren:

I Algemeen

  1. Kennis en inzicht
    a. De afgestudeerde beschikt over kennis van een of meerdere van de talen van het oude Nabije Oosten en van de daarbij behorende schriftsoorten.
    b. De afgestudeerde beschikt over kennis van de geschiedenis en cultuur van het oude Nabije Oosten en van Griekenland en Rome en over inzicht in de historische samenhang en de processen die bij de ontwikkeling van dit gebied een rol hebben gespeeld.
    c. De afgestudeerde beschikt over kennis van de godsdiensten van het oude Nabije Oosten en inzicht in de maatschappelijke verankering van godsdienstige voorstellingen en praktijken.
    d. De afgestudeerde beschikt over kennis van de archeologie, kunstgeschiedenis en materiële cultuur van het oude Nabije Oosten.
    e. De afgestudeerde beschikt over kennis van de kernbegrippen, het apparaat en de onderzoeksmethoden en onderzoekstechnieken benodigd voor de interpretatie van archeologische en schriftelijke bronnen binnen de gekozen regio.

  2. Toepassen van kennis en inzicht
    a. De afgestudeerde is in staat om originele teksten van eenvoudige tot middelmatige moeilijkheidsgraad in de taal of talen en schriften die behoren bij zijn of haar specialisatie met behulp van de gangbare wetenschappelijke hulpmiddelen (woordenboeken, grammatica's, tekenlijsten) zelfstandig te lezen en de daaruit verkregen gegevens in hun cultuurhistorische context te plaatsen.
    b. De afgestudeerde kan taal-, literatuur- en cultuurwetenschappelijke kennis en inzicht op elementair niveau (ook interdisciplinair) inzetten ten behoeve van analyse van divers materiaal uit het oude Nabije Oosten.
    c. De afgestudeerde is in staat een wetenschappelijke onderzoeksvraag te formuleren, het onderzoek uit te voeren, op elementair academisch niveau relevante wetenschappelijke literatuur te verzamelen, te analyseren en kritisch te toetsen.

  3. Oordeelsvorming
    a. De afgestudeerde kan zich een afgewogen oordeel vormen over archeologische en schriftelijke bronnen uit de bestudeerde regio en hun rol in culturele processen, mede gebaseerd op het afwegen van relevante maatschappelijke en wetenschappelijke aspecten.
    b. De afgestudeerde is in staat om de resultaten van cultuurwetenschappelijk onderzoek op het terrein van de bestudeerde regio kritisch te evalueren en te gebruiken.

  4. Communicatie
    a. De afgestudeerde heeft de vaardigheid om van de resultaten van eigen onderzoek helder en goed gestructureerd mondeling en schriftelijk verslag te doen aan specialisten (peers).
    b. De afgestudeerde heeft de vaardigheid om resultaten van eigen onderzoek op heldere wijze te verwoorden aan een breder algemeen publiek.

  5. Leervaardigheden
    a. De afgestudeerde beschikt over de leervaardigheden die benodigd zijn om met succes en zonder aanvullende scholing deel te nemen aan de masteropleidingen die in het verlengde liggen van de bacheloropleiding Oude Nabije Oosten-studies.

II Afstudeerrichting Het Oude Nabije Oosten in breed perspectief

In aanvulling op bovenstaande eindtermen gelden onderstaande eindtermen voor de afstudeerrichting Het Oude Nabije Oosten in breed perspectief:

  1. Kennis en inzicht:
    a. De afgestudeerde beschikt over elementaire leesvaardigheid in ten minste één belangrijke fase van de gekozen taal (Bijbels Hebreeuws of Egyptisch of Akkadisch of Grieks) en de daarbij behorende schriftsoort.
    b. De afgestudeerde beschikt over brede kennis van de oude culturen van zowel het oude Nabije Oosten als Griekenland en Rome.

  2. Toepassen van kennis en inzicht:
    a. De afgestudeerde is in staat de verworven kennis te plaatsen binnen de bredere context van van het oude Nabije Oosten als geheel.

III Afstudeerrichting Hebreeuws en Aramees

In aanvulling op bovenstaande eindtermen gelden onderstaande eindtermen voor de afstudeerrichting Hebreeuws en Aramees:

  1. Kennis en inzicht:
    a. De afgestudeerde beschikt over grondige kennis van de grammatica van de klassieke fasen van het Hebreeuws en Aramees, van hun oorspronkelijke schriftsoorten, en van de historische ontwikkeling van deze talen en schriftsoorten.

IV Afstudeerrichting Egyptologie

In aanvulling op bovenstaande eindtermen gelden onderstaande eindtermen voor de afstudeerrichting Egyptologie:

  1. Kennis en inzicht:
    a. De afgestudeerde beschikt over grondige kennis van de grammatica van het Klassiek Egyptisch, Nieuwegyptisch en Koptisch, van hun oorspronkelijke schriftsoorten, en van de historische ontwikkeling van deze talen en schriftsoorten.
    b. De afgestudeerde beschikt over gedegen kennis van de materiële cultuur en de archeologie van het oude Egypte.

V Afstudeerrichting Assyriologie

In aanvulling op bovenstaande eindtermen gelden onderstaande eindtermen voor de afstudeerrichting Assyriologie:

  1. Kennis en inzicht:
    a. De afgestudeerde beschikt over grondige kennis van de grammatica van de belangrijkste fasen van het Akkadisch, Sumerisch en Hittitisch, van hun oorspronkelijke schriftsoorten, en van de historische ontwikkeling van deze talen en schriftsoorten.

Zie ook de Opleidingssprecifieke Onderwijs- en examenregeling

Voorts leidt elke Leidse geesteswetenschappelijke opleiding op tot facultair geformuleerde algemene academische vaardigheden. Deze hebben betrekking op de Dublin descriptoren Oordeelsvorming, Communicatie en Leervaardigheden en zijn opgenomen in bijlage A van de facultaire Onderwijs- en Examenregeling

Voertaal

Met inachtneming van de Gedragscode voertaal zijn de voertalen binnen de opleiding Nederlands en Engels.

Bindend Studieadvies (BSA)

Voor hoofdvakkers in het eerste studiejaar Oude Nabije Oosten-studies geldt aanvullend op het Bindend Studieadvies van 45 EC een aanvullende eis, namelijk het met goed gevolg afronden van de volgende onderwijseenheden in academisch jaar 2018-2019:

10 EC taal uit het eerste semester, maak een keuze uit:

5 EC aanvullende eis in het tweede semester:
* Seminar ONOS 1

Het programma

Je leert over de cultuur van het oude Egypte, van Mesopotamië en Anatolië of verdiept je in de Hebreeuwse en Aramese talen en culturen. Je bestudeert de geschiedenis, religie en kunst en specialiseert je in een enkele regio, of in het hele cultuurgebied.

Eerste jaar: propedeuse
Na een korte intensieve kennismaking met alle specialisaties in de introductieweek kies je voor een van de vier trajecten: Egyptologie, Assyriologie, Hebreeuws en Aramees of Het Oude Nabije Oosten in breed perspectief. Alle trajecten hebben een aantal gezamenlijke colleges in de verschillende deelgebieden, zoals geschiedenis en cultuur van de gehele oude mediterrane wereld.

Tweede en derde jaar
In het tweede jaar specialiseer je verder in het traject dat je hebt gekozen.
In je derde jaar verbreed je je kennis door je keuzeruimte in te vullen met vakken bij andere opleidingen, een stage of buitenlandverblijf. Maar je kunt er ook voor kiezen om extra vakken bij je eigen opleiding te volgen.

Keuzeruimte

In het derde jaar van de bacheloropleiding is er een keuzeruimte van 30 EC. In het derde jaar is 30 ec gereserveerd voor keuzevakken: 15 ec in het eerste semester en 15 ec in het tweede semester. Er zijn verschillende mogelijkheden om deze keuzeruimte in te vullen: een minor, een zelf samengesteld keuzevakkenpakket of een stage. Stel je zelf een pakket samen uit het aanbod aan keuzevakken, dan is het goed te weten dat zo’n pakket aan verschillende voorwaarden moet voldoen: het moet een samenhangend geheel vormen en opbouwen in niveau. Het is daarom raadzaam vooraf contact op te nemen met de studieadviseur Mw. L.E. van Swieten

Meer informatie vind je in de beschrijving van de Vrije Keuzeruimte Oude Nabije Oosten-studies

Voltijd en deeltijd

De opleiding oude Nabije Oosten-studies is alleen in voltijd te volgen.

BA-eindwerkstuk en afstudeereisen

Om te kunnen afstuderen dienen studenten alle onderdelen van het programma van 180 EC te hebben behaald, inclusief het BA-eindwerkstuk. Alle studenten dienen ter afronding van hun bacheloropleiding een eindwerkstuk te schrijven. Dit eindwerkstuk heeft een studielast van 10 EC (minmaal 8.000 woorden – maximaal 10 000 woorden).

Zie ook de beschrijving van het Ba-eindwerstuk ONOS

Honours

Ben je toe aan extra uitdaging naast je studie? Misschien is het Honours programma iets voor jou.

Afstudeerrichtingen

Oude Nabije Oosten-studies kent vier afstudeerrichtingen:

  • Het Oude Nabije Oosten in breed perspectief
  • Egyptologie
  • Hebreeuws en Aramees
  • Assyriologie

Afstuderen kan iedere maand van het academisch jaar, behalve in juli.

Aansluitende masteropleidingen

Eenjarige masters:

BA ONOS Assyriologie > MA CAC Assyriology
BA ONOS Egyptologie > MA CAC Egyptology
BA ONOS HATC > MA CAC Hebrew and Aramaic Studies
BA ONOS Breed > MA History: Ancient History

Tweejarige masters:
Classics and Ancient Civilizations (research)

Talen