Talen en culturen van China, 2010-2011

Eerste jaar

Tweede jaar

Derde jaar

Gedeeld onderwijs

Gedeeld onderwijs

Met ingang van studiejaar 2009-2010 zijn studenten die in 2008 met hun studie zijn gestart verplicht om als focuscolleges in hun tweede en/of – bij voorkeur – derde jaar minimaal twee colleges ‘gedeeld onderwijs’ (10 ECTS) te volgen. Om aan het onderdeel gedeeld onderwijs te voldoen dient de student een keuze te maken uit inhoudelijke BA-cursussen op 100, 200 of 300 niveau die gegeven worden bij de aan de studie Chinees gerelateerde vakgebieden Koreaans, Japans, Zuid-Azië (India en Tibet) en Zuid-Oost Azië (Indonesië). Dit om kennis van (Oost-)Aziatische regio te vergroten.

De twee colleges (10 ECTS) dienen ter vervanging van twee focusvakken (uit BA2/3) binnen TCC.

Hieronder volgt een lijst met colleges die kunnen gelden als gedeeld onderwijs. Voor het aanbod van de opleiding Japans en Koreaans zie de betreffende e-gids.

Staat een college er niet bij of wil je meer dan 2 colleges volgen, neem dan contact op met de examencommissie voor toestemming.

Meer info

Bachelor- en masterprogramma
Het BA-hoofdvak
Toelatingseisen
Hoger collegegeld bij eerder (na 1991) afgeronde universitaire BA/MA of HBO-studie
Bacheloreindtermen
Disciplinair onderwijs
Propedeuse- en bachelordiploma
Eerste jaar
Tweede jaar
Derde jaar

2010-2011

Bachelor- en masterprogramma

Het studieprogramma Talen en Culturen van China bestaat uit twee delen: het driejarige bachelorprogramma en een daarop aansluitend tweejarig masterprogramma. Deze gids beschrijft vanaf de volgende paragraaf het driejarige bachelorprogramma. De masterprogramma’s van de Faculteit der Geesteswetenschappen zijn in 2005 van start gegaan, toen de eerste lichting studenten de bachelorprogramma’s had afgerond. Elke student die een BA-diploma in een Leidse studie geesteswetenschappen behaalt, krijgt zonder verdere selectie toegang tot minstens één MA-programma. In het algemeen zal dat de ‘doorstroommasteropleiding’ zijn op het gebied van de afgesloten BA-studie. Naast deze doorstroommasteropleiding is er na selectie een tweejarige ‘onderzoeksmasteropleiding’.

Het BA-hoofdvak

Naast hoofdvakonderdelen is er binnen het bachelorprogramma in BA2 een vrije keuzeruimte van totaal 30 EC en een verplicht facultair kerncurriculum van 10 EC. Het kerncurriculum bestaat uit de vakken Area Studies (AS) (BA1, 5 EC) en Wetenschapsfilosofie (BA3, 5 EC).

Toelatingseisen

Eenieder die in het bezit is van een VWO- of HBO-diploma – dan wel einddiploma WO, kan het bachelorprogramma Talen en Culturen van China volgen. Ook een met goed gevolg afgelegde propedeuse van een erkende HBO-opleiding behaald in of na 1986 geeft toegang tot deze studie.

Voor toegang met een buitenlands diploma zijn geen vaste regels te geven. Een aanvraag moet in ieder geval zeer ruim (soms een jaar) vóór aanvang van de studie worden ingediend. Voor informatie en hulp kunt u zich wenden tot het Informatiecentrum van het Expertisecentrum Internationalisering, Communicatie en Studenten (ICS), telefoon 071-527 8011 of e-mail informatiecentrum@ics.leidenuniv.nl

Studenten die niet één van de bovengenoemde vooropleidingen hebben gedaan, kunnen een toelatingsexamen, een zogenaamd colloquium doctum, afleggen om toegang te krijgen tot de universiteit, mits zij 21 jaar oud zijn of worden voor het beoogde studiebegin. Informatie over het colloquium doctum voor studies geesteswetenschappen is verkrijgbaar bij het Studiepunt Geesteswetenschappen, WSD Lipsiusgebouw, Postbus 9515, 2300 RA Leiden, studiepunt@hum.leidenuniv.nl of zie: http://www.aanstaande-studenten.leidenuniv.nl/info/colloquium-doctum/

Hoger collegegeld bij eerder (na 1991) afgeronde universitaire BA/MA of HBO-studie

Vanaf september 2010 geldt er een nieuwe regeling.Voor meer informatie zie:
http://studenten.leidenuniv.nl/inschrijven-uitschrijven/collegegeld/collegegeld-tweede-opleiding-2010-2011.html

Bacheloreindtermen

De onderwijsdoelstelling van de opleiding is de studenten solide taalvaardigheid in het moderne en het premoderne Chinees bij te brengen, en fundamentele kennis van het moderne en het premoderne China. Zij leren daarnaast talig en intercultureel te communiceren in een Chinese omgeving, en basale onderzoeksvragen te beantwoorden met gebruik van primaire en secundaire bronnen. Na de driejarige BA – en voor velen tussen het tweede en het derde jaar een eenjarig, al dan niet gesubsidieerd studieverblijf in China of Taiwan – zijn zij in staat passend werk te zoeken of hun academische opleiding voort te zetten in een MA, in Leiden of elders.

Naast vanzelfsprekende aandacht voor taalverwerving, combineert ons curriculum een regionaal bepaalde (op China gerichte), generalistische benadering met de mogelijkheid zich te richten op disciplines van de eigen voorkeur: communicatiewetenschap, film, filosofie, geschiedenis (van ideeën, kunst & mate¬riële cultuur en samenleving), godsdienstwetenschap, letterkunde, politicologie, rechten, taalkunde, enzovoort. Bijgestaan door de staf kunnen studenten hun disciplinaire focus ontwikkelen alsmede hun kennis van de Oost-Aziatische regio vergroten. Het programma is opgebouwd uit semesters, en kent verplichte vakken en keuzevakken

Het onderscheid tussen ‘taalvakken’ en ‘inhoudelijke vakken’ is, van het eerste jaar naar het tweede en het derde, steeds minder absoluut. ‘Inhoudelijke’ vakken zijn Chinese geschiedenis, Chinese letterkunde enzovoort. Alle inhoudelijke vakken besteden expliciet aandacht aan disciplinair-methodologische kwesties en aan sinologische tradities, en werken actief aan algemene academische vaardigheden.

Disciplinair onderwijs

Er bestaat geen eenduidige disciplinaire doelstelling voor de sinologie, omdat zij als regiostudie een veelheid van disciplinaire benaderingen van China omvat. In de praktijk worden binnen de Opleiding Talen en Culturen van China nu de volgende wetenschapsdisciplines beoefend: geschiedenis, kunstgeschiedenis & materiële cultuur, godsdienstwetenschap, letterkunde, taalkunde, filosofie, ideeëngeschiedenis, politicologie, sociologie, economie, en rechten. Minoren die onze studenten elders volgen kunnen disciplinair van aard zijn: in beginsel zijn dat niet-regiogebonden vakken, zoals literatuurwetenschap, geschiedenis, politicologie. De staf van TCC moedigt hen aan tot disciplinaire verbreding. Maar het is natuurlijk ook mogelijk, en evenzeer van waarde, dat zij een minor in andere regiostudies volgen (andere talen en cultuurgebieden). Binnen TCC hebben, als gezegd, alle inhoudelijke vakken sowieso een disciplinaire/methodologische component.

Propedeuse- en bachelordiploma

De propedeuse- en de bachelorstudie worden afgesloten met een examen. Deze examens zijn geformaliseerd, dat wil zeggen dat studenten aan de eisen voor de examens hebben voldaan zodra zij het programma van de propedeuse, respectievelijk het bachelorprogramma met voldoende resultaat hebben doorlopen. Het diplomasupplement bevat nadere informatie over de gevolgde vakken en de behaalde resultaten. Zie voorts onder http://www.hum.leidenuniv.nl/chinees/afstuderen/

Eerste jaar

Opzet van het studieprogramma
Propedeuse
intensieve taalverwerving: modern en premodern Chinees
overzicht, in vogelvlucht, van China en de sinologie waarin aandacht voor
algemene vaardigheden: (Chinese) naslagwerken, bibliografie, stelkunst.
Facultair kerncurriculum Area Studies (AS)

Allen volgen Modern Chinees (in totaal 25 EC). Dit college omvat wekelijks een grammaticacollege (twee uur), drie werkgroepen (driemaal twee uur) en twee afzonderlijke uren in het talenlaboratorium (onder begeleiding, afgezien van zelfstandige studie; in het tweede semester één uur). Daarnaast is er een introductie van de premoderne Chinese geschiedenis (12 weken, 2 uur per week), een inleidend college Politiek en economie van China en ruimte voor het facultaire kerncurriculum Area Studies. Binnen de colleges Chinese geschiedenis wordt enige aandacht besteed aan schriftelijke vaardigheden. In het tweede semester start Premodern Chinees: wekelijks twee werkgroepen (tweemaal twee uur, 5 EC). Daarnaast is er een introductie van de moderne Chinese geschiedenis (12 weken, 2 uur per week). In de overige inhoudelijke colleges –Literatuur & Kunst, Filosofie & Religie en Politiek & Economie passeren disciplinaire gezichtspunten de revue die in latere jaren worden uitgewerkt in keuzevakken zoals moderne intellectuele geschiedenis, kunstgeschiedenis van China, samenleving, letterkunde, politiek, economie, etc. Binnen deze colleges wordt verdere aandacht besteed aan schrijfvaardigheid met een werkstuk als toetsing.

Studenten worden geacht de Topografie van China zelfstandig te leren, uit voorgeschreven materiaal en in de toekomst hopelijk met behulp van interactief IT-materiaal; topografie en, meer in het algemeen, geografische onderwerpen worden besproken in de contekst van de colleges geschiedenis.

Bindend Studieadvies (BSA) en studiebegeleidingsplan
Sinds 1997 geldt aan de Universiteit Leiden voor studenten die voor het eerst als hoofdvakstudent ingeschreven staan, het Leids studiesysteem met Bindend Studieadvies (BSA). Dit systeem stelt eisen aan de studieprestaties van de eerstejaarsstudent en biedt tegelijkertijd een betere begeleiding via het mentoraat en studievoortgangsgesprekken met de studiecoördinator. Het doel van dit systeem is om er zo snel mogelijk achter te komen of de student geschikt is voor de nieuw gekozen studie en of de studie bij de student past.

Eisen en adviezen
Om een positief advies te krijgen, moet een student minimaal 40 EC van zijn propedeuseprogramma behalen. Daarbij stelt de opleiding Talen en Culturen van China als aanvullende eisen dat de onderdelen Premodern Chinees I (5 EC) en een van de twee colleges Filosofie & Religie of Literatuur & Kunst, (elk 5 EC) volledig moeten zijn behaald. Het advies wordt drie keer per jaar schriftelijk uitgebracht door de examencommissie. Voor de begeleiding van eerstejaarsstudenten bestaat een uitgebreid systeem van studiebegeleiding door student- en docentmentoren en de studiecoördinator.
In januari – wanneer een student zich in sommige gevallen nog kan uitschrijven zonder gevolgen voor de prestatiebeurs – geeft de examencommissie haar eerste voortgangsadvies, gebaseerd op de resultaten van het eerste semester. Indien daartoe reden bestaat, roept de studiecoördinator de student op voor een gesprek. Studenten die zich vóór 1 februari van het lopende studiejaar uitschrijven, komen dat jaar niet langer in aanmerking voor een (bindend) studieadvies.
In juni volgt het tweede voortgangsadvies, gebaseerd op de op dat moment beschikbare studieresultaten.
Het eindadvies in augustus is voor studenten die de propedeuse in één jaar afronden vanzelfsprekend positief. Dat geldt ook voor een student die minstens 40 EC heeft behaald, althans wanneer tevens is voldaan aan de aanvullende eisen. Wie minder dan 40 EC heeft behaald of niet voldoet aan de aanvullende eis, krijgt een bindend negatief studieadvies. Een student moet naast de eisen die aan dit eerste jaar worden gesteld tevens binnen twee jaar zijn propedeuse behalen. Als dit niet lukt, zal de student na twee jaar alsnog een negatief bindend studieadvies krijgen. Dat betekent dat de student in kwestie de opleiding Talen en Culturen van China in Leiden niet mag voortzetten. Voor deze afwijzing geldt een verjaringstermijn van vier jaar. Vanzelfsprekend wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden (zoals ziekte of ernstige familieomstandigheden); ook bestaat er een hardheidsclausule, volgens welke de examencommissie kan afzien van een negatief advies wanneer zo’n advies naar haar oordeel onredelijk zou zijn. In dit licht is het van belang dat studenten persoonlijke problemen die van invloed zijn op de studie en meer dan incidentele ziekte tijdig melden bij de studiecoördinator of bij een studentendecaan (ICS, secretariaat 071-5278026, Kaiserstraat 25). De opleiding houdt van iedere student een dossier bij, waarin gegevens die relevant zijn voor het studieadvies worden opgenomen. De student heeft het recht dit dossier (bij de studiecoördinator) in te zien, en zelf informatie aan het dossier toe te voegen.
Zie voor verdere informatie en ook beroepsmogelijkheden:
http://www.studenten.leidenuniv.nl/rechtspositie-en-regelingen/regelingen/bsa.html
http://www.reglementen.leidenuniv.nl/onderwijs-studenten/studentenstatuut.html

Studiebegeleiding
In hun eerste jaar worden de studenten begeleid door een docent- en een studentmentor. De studiecoördinator coördineert de begeleiding en voert waar nodig formelere en individuele gesprekken met de studenten. Aan het begin van de studie vraagt zij alle studenten een kennismakingsformulier in te vullen, waarin o.a. de verwachtingen van de student ten aanzien van de studie aan de orde komen. Hierbij bestaat de gelegenheid bijzondere omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de studie te melden, zoals een tweede studie, chronische ziekte of handicap. Indien hiertoe aanleiding is of op verzoek van de student, voert zij tevens eenkennismakingsgesprek.
Tijdens de Eerstejaarsdag bij de opleiding op dinsdag 7 september 2010 lichten de studiecoördinator en de eerstejaarsdocenten op het besprekingscollege de verschillende aspecten van de opleiding toe: programma, toetsing, onderwijsevaluatie, studiebegeleiding, en wat er zoal van een student verwacht wordt. Bij die gelegenheid wordt tevens met de mentoren kennis gemaakt, die aansluitend een rondleiding verzorgen langs de belangrijkste gebouwen.
De docenten van de eerstejaarsgroepen Modern Chinees zijn de docentmentoren. Er zijn een aantal centrale bijeenkomsten gepland, maar studenten kunnen hun docent te allen tijde aanspreken of een afspraak met hem of haar maken. De studentmentoren – ouderejaars studenten – begeleiden een groepje van ongeveer vijftien studenten bij hun kennismaking met de verschillende aspecten van het studeren. Hiervoor is een mentoraatsuur ingeroosterd. De eerstejaars kunnen ook individueel met vragen bij hun studentmentor terecht. Zie voor het mentoraatsprogramma de Blackboard-module bij het college Modern Chinees I.

Tweede jaar

voortgezette, intensieve taalverwerving: modern en premodern Chinees
opbouw van brede en gerichte (‘focus’) sinologische kennis voortbouwend op het inleidende niveau, in inhoudelijke vakken die regiospecialisatie combineren met expliciete disciplinaire elementen (bijvoorbeeld politicologie, kunstgeschiedenis, taalkunde) met hierin aandacht voor de ontwikkeling van algemene vaardigheden: het verzamelen van feiten, kritische, analytische en interpretatieve onderzoekspraktijk, mondelinge presentatie, stelkunst enz.
Vrije keuzeruimte van 30 EC
Alle studenten in het tweede jaar volgen dezelfde taalvakken (20 EC). Daarnaast kiest elke student per semester een van de aangeboden inhoudelijke vakken (in totaal 2 × 5 = 10 EC). Een focus staat voor een eerste specialisering. Een focus bestaat uit ten minste drie inhoudelijke vakken in het tweede en derde jaar (15 EC) en het BA-werkstuk (10 EC, gekoppeld aan een derdejaars werkcollege in het eerste of tweede semester). In het ideale geval sluit een focus aan bij een opleidingsexterne minor.

Keuzeruimte
Elk bachelorprogramma biedt een flinke keuzeruimte: 30 EC, bij de opleiding T&C van China in het tweede jaar. Deze keuzeruimte is gelijkelijk over de semesters verdeeld (2× 15 EC)
Studenten kunnen deze keuzeruimte vullen met:

  • Een universitaire minor (een door het College van Bestuur vastgesteld pakket vakken dat niet ter goedkeuring langs de examencommissie hoeft),
  • Een facultair keuzepakket (een door de faculteit vastgesteld pakket vakken dat niet ter goedkeuring langs de examencommissie hoeft),
  • Een door de student zelf samengesteld pakket cursussen (dat wel op niveau en samenhang door de examencommissie dient te worden getoetst),
  • Een buitenlandverblijf of
  • Een academische stage.
  • Een door de opleiding vastgesteld pakket, dat een weloverwogen combinatie inhoudt van vakken van binnen en buiten de opleiding op verschillende vakgebieden,
  • Een beroepsgericht keuzepakket (Praktijkstudie) op het gebied van Management, Journalistiek & Nieuwe Media of Europese Unie Studies. Een uitgebreide beschrijving van de keuzeruimte verschijnt elk voorjaar in de digitale studiegids, zie onder Minoren, Keuzevakken en Keuzepakketten.

De opleiding vindt het zeer wenselijk dat studenten na het tweede jaar een jaar in China of Taiwan studeren; dit is evenwel geen formele verplichting. Het opleidingsjaar kan voor een aantal studenten worden gefinancierd met een uitwisselingbeurs.Voor de studenten die niet in aanmerking komen voor een beurs, is er de mogelijkheid om op eigen kosten tegen een gereduceerd tarief een jaar te gaan studeren aan de Universiteit van Shandong, te Jinan, VRC. Deze uitgebreide ervaring in situ, voor vrijwel iedereen onontbeerlijk voor een werkelijk vloeiende beheersing van het Chinees, wordt vermeld op het diploma.

Naast het hoofdvak volgen studenten colleges ter invulling van de keuzeruimte (30 EC). Zie voor meer informatie onder het kopje Keuzeruimte.

Derde jaar

voortgezette taalverwerving (inclusief actieve beheersing van het gesproken en geschreven Chinees) op te doen in taalvakken met coherent, authentiek materiaal
Het college Integrated Chinese III wordt aangeboden op twee niveaus: intermediate (uitsluitend voor studenten zonder veel ervaring in situ) en advanced (dit niveau is verplicht voor studenten die een jaar in China hebben gestudeerd). Naast het verplichte college Integrated Chinese III, kiest de student elk semester een taalverwervingscollege. Dit kan ook Premodern Chinees zijn.
voortgezette inhoudelijke kennisverwerving, en verdere specialisatie (focus), met als resultaat een aan een werkcollege gekoppeld BA-werkstuk dat getuigt van verdere ontwikkeling van de algemene vaardigheden. Het programma bestaat voorts uit een groot aantal keuzevakken (focus). De opleiding staat borg voor diversiteit en regelmatige vernieuwing, voor zover mogelijk
Verplicht facultair kerncurriculum Wetenschapsfilosofie.

Gedeeld onderwijs
Met ingang van studiejaar 2009-2010 zijn studenten die in 2008 met hun studie zijn gestart verplicht om in hun tweede en derde jaar minimaal twee van dergelijke colleges ‘gedeeld onderwijs’ te volgen binnen de opleidingen T&C van Japan en Korea of TC India & Tibet (Boeddhisme). Dit om hun kennis van de Oost-Aziatische regio te vergroten.

Talen